Lamy, Marc

Background: problem youth; mother ran a workshop for traditional stained glass.

Education: Jesuit college; artschool.

Profession/occupation: numerous jobs in a hospital, restaurant, etc.

Art form/medium: drawing.

Start artwork: at around 50, when interned in psychiatric hospital.

Relevant info: interested in cathedral architecture, metaphysics; since 1988 voices in his head.

References: Lamy, Marc; Sources symboliques de mes dessins. Letter 4 March 2000 to Collection de l’art brut, Lausanne. Thevoz, Michel; Marc Lamy in: L’ART BRUT, Fascicule 20, Lausanne 2000.

Kies een rustige kamer waar u niet wordt gestoord, een studeerkamer. ‘s Avonds, of liever nog ‘s nachts, in alle stilte, zonder afleiding. Een bureaulamp die de omgeving in schaduwen gehuld laat en alleen het tafelblad goed verlicht. Neem een vergrootglas, ook om de buitenwereld nog meer buiten te sluiten, en buig u over een tekening van Lamy, volg de eindeloze vlechtwerken van lijnen van nabij en treed binnen in een andere wereld…

De Fransman Marc Lamy zegt geïnspireerd te worden door bovennatuurlijke stemmen en zijn werk heeft alle typische stijlkenmerken van de mediamieke outsider kunst: een schijnbaar eindeloze herhaling van eenvoudige vormen die, dicht aaneengeregen of opeengestapeld, een compacte textuur van patronen oplevert, nu eens met een vlakke, decoratieve structuur, dan weer met een ondoorgrondelijke dieptewerking waaruit niet zelden gezichten of figuren opdoemen.

In Lamy’s werk zijn de sporen van de middeleeuwse bouw- en beeldtradities duidelijk te herkennen. De vaak hiëratische, frontale opbouw en de vele decoratieve patronen in zijn tekeningen lijken direct ontleend aan middeleeuwse heiligenbeelden of roosvensters van gotische kathedralen. Aan de andere kant lijken zij ook op de telefoonboekkrabbels of doedels die zoveel mensen maken wanneer zij met hun gedachten elders zijn. Zowel mediamieke tekeningen als doedels kenmerken zich uit een eigen ritmiek die direct lijkt voort te komen uit de motoriek van de hand of de pols, en die zich op twee verschillende manieren kan ontwikkelen: organisch, als een klimplant die ongestuurd over het oppervlak van het papier voortwoekert, of geometrisch, gekenmerkt door een uiterst ordelijke en vaak symmetrische vlakverdeling.

Het verband tussen de trance en het mediamieke tekenen is er niet altijd een van oorzaak en gevolg. De kunstenaar hoeft niet eerst in trance te gaan om te kunnen werken. Vaak is het juist het tekenen zelf dat, door het momentum van de ritmische en herhalende beweging waarmee de hand streepjes en boogjes aaneenrijgt, een roesgevend effect heeft. Lamy is zich daarvan bewust. Hij spreekt van een ‘vorm van hypnose’ en ‘bezwerende gebaren’ die gelijke tred houden met zijn ‘mentale duizelingen’. Aan de andere kant maakt hij ook bewust gebruik van het effect van vermoeidheid, door zichzelf te verplichten iedere begonnen tekening nog dezelfde dag af te maken. De vermoeienis functioneert daarbij ‘als een soort drug die hem helpt zijn gedachten te laten afdwalen op een manier die niet zou lukken als hij klaarwakker zou zijn.’ In ieder geval heeft het hem van zijn slapeloosheid afgeholpen.

Marc Lamy
1939 France -