History of outsider art

Mensen die buiten de geijkte kaders van het kunstcircuit creatief zijn, zullen er altijd zijn geweest. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen het keurslijf van Academie en Salon sommigen wat al te knellend werd, ontstond eerst in Frankrijk serieuze aandacht voor deze lang genegeerde, spontane creativiteit. Werk van naïeven als Henri ‘le douanier’ Rousseau en vaak nog anonieme psychiatrische patiënten werd voor en na de eeuwwisseling ‘ontdekt’ en gewaardeerd om zijn originaliteit en authenticiteit: kwaliteiten waaraan het beroepskunstenaars steeds vaker leek te mankeren. Net als bijvoorbeeld Afrikaanse maskers en kindertekeningen werden ook deze kunstvormen ingezet in de strijd tegen de voorschriften van de traditie en voor avant-gardistische vernieuwing op basis van een ‘natuurlijker’ creativiteit. Zo was Hans Prinzhorns studie Bildnerei der Geisteskranken uit 1922 van grote invloed op het expressionisme en surrealisme.

Prinzhorn, H., Bildnerei der Geisteskranken,

Prinzhorn, H., Bildnerei der Geisteskranken, 1922.

 

Eind 1984 werd op initiatief van Liesbeth Reith de Stichting Nederlands Museum voor Naïeve Kunst opgericht, toen nog zonder enig kunstwerk in haar bezit. Van musea, particuliere verzamelaars en kunstenaars of hun naasten werden tal van bruiklenen, schenkingen en legaten verworven.

Al snel bleek de benaming naïeve kunst de lading niet afdoende te dekken. Een kunstenaar als Willem van Genk, hoewel in de jaren zestig geboekstaafd als naïef, bleek veel beter te passen onder de paraplu van de art brut of de outsiderkunst.
Mensen die buiten de geijkte kaders van het kunstcircuit creatief zijn, zullen er altijd zijn geweest. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen het keurslijf van Academie en Salon sommigen wat al te knellend werd, ontstond eerst in Frankrijk serieuze aandacht voor deze lang genegeerde, spontane creativiteit. Werk van naïeven als Henri ‘le douanier’ Rousseau en vaak nog anonieme psychiatrische patiënten werd voor en na de eeuwwisseling ‘ontdekt’ en gewaardeerd om zijn originaliteit en authenticiteit: kwaliteiten waaraan het beroepskunstenaars steeds vaker leek te mankeren. Net als bijvoorbeeld Afrikaanse maskers en kindertekeningen werden ook deze kunstvormen ingezet in de strijd tegen de voorschriften van de traditie en voor avant-gardistische vernieuwing op basis van een ‘natuurlijker’ creativiteit. Zo was Hans Prinzhorns studie Bildnerei der Geisteskranken uit 1922 van grote invloed op het expressionisme en surrealisme.
 

Art Brut

Geïnspireerd door Prinzhorn ging de Franse kunstenaar Jean Dubuffet in de late jaren veertig op zoek naar wat hij art brut noemde: ‘rauwe kunst’ gemaakt door mensen die uitsluitend putten uit eigen, innerlijke bronnen, en immuun zijn voor de door kameleons en na-apers beheerste ‘culturele kunst’, zoals hij het polemisch uitdrukte. Het ging hem nadrukkelijk niet om zoiets als psychiatrische kunst: iedere ‘homme commun’, iedere Jan met de pet die zich verre hield van het kunstbedrijf was in principe in staat tot originele scheppingen, ongeacht of hem iets mankeerde of niet. Dubuffets initiatieven leidden tot de beroemde Collection de l’art brut, sinds 1976 gehuisvest in Lausanne.

 

Belangstelling

Ook na de oorlog bleef de invloed van de art brut op de reguliere kunst groot, onder meer op de Cobra-beweging. In de jaren zeventig werden Dubuffets aanvankelijk nogal strikte criteria versoepeld en raakte de wat bredere term ‘outsider art’ in zwang, nadat deze in 1972 door Roger Cardinal was geïntroduceerd. Sinds de jaren tachtig neemt de belangstelling voor de outsiderkunst zeer snel toe, met eigen galeries en musea in een groeiend aantal landen in en buiten Europa, internationale symposia, tijdschriften en zo meer. Zo is er rond deze kunst, die per definitie buiten ieder kunstcircuit wordt geproduceerd, een eigen circuit ontstaan dat evenwel alleen betrekking heeft op de receptie ervan. Het veld blijft voortdurend in beweging: het aandeel van werk uit psychiatrische hoek neemt af, dat van verstandelijk gehandicapten en gewone burgers neemt toe. Bovendien drong in de jaren negentig het besef door dat er ook buiten de westerse wereld outsiderkunst wordt gemaakt.

Sinds de jaren tachtig is het een drukte van belang in de wereld van de art brut en outsiderkunst, met een explosie aan galeries, musea, tijdschriften, symposia en zo meer. Het Sourcebook dat het meest toonaangevende tijdschrift op dit gebied, Raw Vision, in 2002 en 2009 publiceerde, voorziet duidelijk in een behoefte, met een selectieve bibliografie met 269 boektitels en 124 catalogi, een presentatie van negentig ‘klassieke’ en dus al gecanoniseerde outsiders, en de adresgegevens van 76 galeries, beurzen en veilinghuizen, 83 musea en collecties, vijftien tijdschriften, negentien organisaties en ‘diensten’ en 41 websites die zich alle specialiseren in ‘outsiderkunst, art brut, hedendaagse volkskunst en visionaire kunst’.

In Noord-Europese landen is sprake van een vereenzelviging van ‘outsiderkunst’ met ‘kunst van psychiatrische patiënten’. Dat komt de waardering van de outsiderkunst als kunst niet ten goede en wekt veel weerstand bij outsiders die niets mankeren.